De Europese Unie trekt, zoals gezegd, centen uit voor scholen die met elkaar samenwerken. Om daarvan te kunnen genieten, moet voldaan worden aan een aantal voorwaarden. We zetten ze hieronder kort op een rijtje. Wie alles nog eens gedetailleerd wil nalezen, verwijzen we naar de Comeniussite.
1. Reglementering voor het vinden van partners
Er zijn verschillende mogelijkheden voor het vinden van partners.
- Zo kan je een contactseminarie bijwonen in Vlaanderen of in het buitenland. Tijdens het seminarie krijg je heel wat concrete informatie over het opzetten van een school-georiënteerd project en de mogelijkheid om partners te vinden. De deelnamekosten aan een seminarie worden volledig vergoed.
Meer info: Comeniussite.
- Je kan ook partners zoeken via het internet. De internettool eTwinning werkt tweeledig: je kan er je eigen projectvoorstel op plaatsen, met de vraag wie er geïnteresseerd is om eraan mee te werken. Anderzijds kan je er ook gaan snuisteren om te zien welk aanbod aan projecten er is.
Eens je partners vond via het web, kan je een beurs voor een voorbereidend bezoek aanvragen om elkaar te ontmoeten. Daarbij kan één persoon van de school naar een buitenlandse school reizen om er poolshoogte te nemen of het project in elkaar te steken. De reiskosten worden volledig terugbetaald, de verblijfskosten door middel van forfaitaire bedragen, die per land variëren.
2. Reglementering bij het indienen van een school-georiënteerd project
- Minstens drie scholen uit drie verschillende Europese landen werken samen. Ze kiezen een gezamenlijk thema waarrond ze aan de slag gaan.
- Zo’n Comenius partnerschap duurt twee schooljaren.
- Eén school coördineert het partnerschap, de anderen noemen we partners. De coördinator ‘trekt’ het project en leidt de administratieve molen in goede banen.
- Elke school die betrokken is in een Comeniusproject ontvangt een budget, afhankelijk van het aantal mobiliteiten (= aantal verplaatsingen naar de buitenlandse partners).
Wie minstens 4 mobiliteiten doet in de loop van de twee jaar ontvangt 7.000 euro. Wie minstens 12 mobiliteiten doet, kan rekenen op 15.000 euro. Deze bedragen zijn bedoeld voor zowel de reis- en verblijfkosten, als de projectkosten. Het gaat hier om een forfaitair bedrag. De kosten moeten dus niet bewezen worden.
- Bij school-georiënteerde projecten is het van cruciaal belang dat de leerkrachten en directieleden elkaar regelmatig ontmoeten, zo’n twee à drie per jaar. Die mobiliteit kan verschillende vormen aannemen:
- projectvergadering (project meeting): leerkrachten of directieleden van de deelnemende scholen ontmoeten elkaar op één van de partnerscholen om het project verder uit te werken, om te evalueren, om elkaars onderwijssysteem beter te leren kennen... Dat mag maximum één week duren.
- directiebezoek: directieleden van een ‘Comeniusschool’ kunnen een andere school van het partnerschap bezoeken om er de school te leren kennen, met het management van de school kennis te maken, e.d. Ook hier is één week het maximum.
- lerarenuitwisseling: een leerkracht kan één tot vier weken ‘meedraaien’ in een buitenlandse school van het Comenius partnerschap.
- leerkrachtenstage: een leerkracht kan één tot vier weken een stage doen in een instelling of bedrijf in één van de partnerlanden. Uiteraard moet die stage te maken hebben met het onderwerp van het project.
- Een beperkte mobiliteit van leerlingen is mogelijk. De reiskosten kunnen vergoed worden uit het Comeniusbudget. Voor het verblijf gaat men ervan uit dat de leerlingen in gastgezinnen overnachten.
- De coördinator en de projectpartners werken het project samen uit en schrijven dat neer in een aanvraagformulier. Dat moet in februari ingediend worden bij hun Nationaal Agentschap. In het formulier is er een gemeenschappelijk deel en een gedeelte dat per land moet ingevuld worden. Als het project goedgekeurd wordt, kan men in augustus van start gaan.