Stappenplan

  A+ A-

Ben je van plan om een school-georiënteerd project op poten te zetten, dan volg je best onderstaand stappenplan. Het bevat een aantal ‘tips en tricks’ bij het uitwerken ervan.
Dit stappenplan is erg bruikbaar bij om te gebruiken bij het uitschrijven van je project, vandaar dat we ook een beknopte Engelstalige versie ter beschikking stellen. Zo kan het ook gebruikt worden tijdens de projectmeetings.

1) STAP 1 : Bezint, eer ge begint

Een school-georiënteerd project speelt zich grotendeels af op het niveau van de leerkrachten en directie. De leerlingen zijn dus geen directe actoren. Dus denk goed na of het dat is wat je wil.

De meeste SOP's zijn een stuk abstracter dan projecten die bedoeld zijn voor de leerlingen.

Weeg dus goed af of je een school-georiënteerd project verkiest boven een leerling-georiënteerd project of een andere vorm van internationale projectwerking.

2) STAP 2: Bepaal je centraal thema

In een SOP werk je rond een bepaald pedagogisch of organisatorisch thema. De ‘keuze’ van dat thema is dan ook cruciaal.
Meestal gaat het niet echt over een keuze. Het thema vloeit vaak voort uit een behoefte of een uitdaging die men ervaart op school. Als je merkt dat leerlingen uit het TSO en BSO een laag zelfbeeld hebben, als kinderen zich vervelen op de speelplaats of als obesitas een probleem wordt in onze digitale wereld, dan kunnen school-georiënteerde projecten een goed instrument zijn om samen met buitenlandse collega’s een antwoord hierop te vinden.

 

 

 

Werk dus rond een thema dat een uitdaging vormt voor je school of dat je bijzonder interesseert en dat voor de school en jezelf een meerwaarde biedt. De lijst van mogelijke onderwerpen is quasi oneindig.
In de pedagogische sfeer kan je bijvoorbeeld denken aan wiskunde in het basisonderwijs, hoe leerlingen warm maken voor het leren van vreemde talen, hoe pestgedrag op school aanpakken, enz.
Op het organisatorische vlak kan je bijvoorbeeld werken rond het verbeteren van de communicatie binnen de school, het aanpakken van spijbelen, uitbouwen van de relatie school-arbeidsmarkt, enz.

3) STAP 3: Vl. sch. zkt partnersch. vr starten SOP

Als je zeker een school-georiënteerd project wil en je weet wat je wil aanpakken, heb je buitenlandse partnerscholen nodig.

Via contactseminaries, partnerfinding websites (eTwinning / Partbase) en andere wegen kom je die op het spoor.

Naast een goede algemene verstandhouding, hou je er bij het uitkiezen van de partners voor een SOP best rekening mee dat:

  • je op een zelfde golflengte moet zitten qua thema, nog meer dan bij een ander internationaal project. Elke school moet heel sterk gemotiveerd zijn om dat specifieke onderwerp uit te spitten. De invalshoek kan natuurlijk van land tot land verschillen (dat maakt het net boeiend), maar de doelstellingen moeten echt wel dezelfde zijn.
  • je ‘gelijken’ moet zijn: iemand die al sterk rond een bepaald thema werkt, werkt best niet met partners die nog leek zijn op dat vlak. Het komt erop aan dat je van elkaar kan leren.
  • taal een belangrijke rol zal spelen in de projectwerkzaamheden. Het project zal voor een groot stuk gebaseerd zijn op het verbaal en schriftelijk uitwisselen van informatie over vrij technische aangelegenheden. Het is dus van belang dat iedere partner de gemeenschappelijke werktaal voldoende beheerst.
  • er een bereidheid moet zijn om geregeld samen te komen.

Vóór je het eigenlijke project indient, kan je de potentiële partnerscholen een bezoekje brengen of al eens samenkomen in een van de partnerlanden. Dat kan door een beurs voor een voorbereidend bezoek aan te vragen.
Ten minste acht weken voor je de koffers pakt, moet die aanvraag bij het EPOS Agentschap zijn. Per jaar kan je slechts één voorbereidend bezoek doen. Het aanvraagformulier is relatief eenvoudig in te vullen. De reiskosten (= vliegtuigticket, reisverzekering, verplaatsing naar en van de luchthaven) worden volledig terugbetaald. Voor de verblijfkosten krijg je een forfaitaire dagvergoeding, afhankelijk van het land waar je naartoe gaat.
Indien je na afloop van het voorbereidend bezoek besluit dat een project met die partners geen kans maakt, hoef je de beurs niet terug te betalen. Het is toch echt wel belangrijk dat je de mogelijke projectpartners voor een SOP voordien live kunt ontmoeten. Dan pas kan je nagaan of jullie voldoende op dezelfde golflengte zitten, gemotiveerd zijn en talig genoeg.

4) STAP 4: Uitschrijven van het eigenlijke project

Heel wat school-georiënteerde projecten blinken uit door hun vaagheid. Dat je wil werken aan het verbeteren van het schoolmanagement kan interessant zijn als uitgangspunt, maar is niet echt een concreet gemaakt doel.
Het is dus goed om na te denken wat je precies wil bereiken met zo’n SOP. Wat zou je op het einde van het eerste jaar en het tweede jaar willen weten en/of toegepast hebben?
Dat nadenken zal je wellicht eerst in de eigen school doen. Daarna moet het zeker gebeuren met alle partnerscholen samen. Wat willen we concreet onderzoeken, bespreken, vergelijken, uittesten... is de hamvraag. Het zal er op neerkomen dat je je algemene thema of onderwerp beter gaat afbakenen en onderverdelen.

Alhoewel dat niet altijd makkelijk is, maak je best een stappenplan voor de volledige duur van het project. Voor het eerste werkjaar kan dat gedetailleerd zijn. Daarin bepaal je wat je wil doen. Leg meteen vast hoe je het zal klaarspelen. Welke methodiek je met andere woorden zal gebruiken: enquête, vergelijken van cijfermateriaal, uittesten van een techniek bij een groep leerlingen, zoeken naar externe expertise, enz. Maar ook hoe je daarover met elkaar zal communiceren en uitwisselen (bv. tijdens een projectbijeenkomst, via e-mail).
Heel belangrijk is dat je naast de kolommen wat, hoe en hoe communiceren een kolom timing plaatst. Het spreekt voor zich dat iedereen zich strikt aan die timing moet houden. De coördinator van het partnerschap speelt in de bewaking daarvan een belangrijke rol. Je moet immers voor ogen houden dat een SOP sneller dan projecten voor leerlingen de neiging heeft om stil te vallen.

We geven nog even mee dat je best niet al te veel hooi op de vork neemt. Als er per trimester één activiteit (bv. een gezamenlijke enquête) grondig wordt uitgewerkt, doorgevoerd en de resultaten worden vergeleken, is dat al een hele prestatie. Wees in het stappenplan realistisch en kies ervoor om activiteiten op een kwaliteitsvolle manier af te handelen. Dat voorkomt frustratie.

5) STAP 5: Het eigenlijke project

VIJF FASES
Een school-georiënteerd project bestaat altijd uit gelijkaardig traject met vijf fases.

1. Diagnose-fase
In deze fase wordt de probleemstelling uitgewerkt. Elke school maakt een schets van de uitdaging waarrond gewerkt wordt en van de manieren waarop men probeert ermee om te gaan. Dus: ‘wat is het probleem?’ en ‘hoe proberen we er nu mee om te gaan?’ zijn de twee kernvragen in deze fase.
Op die manier krijgt het partnerschap een duidelijk overzicht van de uitdaging binnen elke school. En het geeft bovendien de mogelijkheid om duidelijk het project-thema te definiëren en af te bakenen.

Stel: je werkt rond ‘gezonde voeding’. Deze fase wordt gebruikt om een soort van momentopname, een foto te maken van de school, waarbij gekeken wordt naar de dranken en het voedsel dat geserveerd wordt. Men gaat ook bekijken op welke manier gezonde voeding gepromoot wordt.
Stel: je werkt rond competitief gericht onderwijs, dan is het wel héél belangrijk dat iedereen goed weet waarover het gaat. De definitie moet met andere woorden scherp gesteld worden.

Leerlingen zijn niet actief betrokken in een SOP. Toch kunnen ze een belangrijke rol spelen in het project, zeker in de diagnose- en implementatiefase.
In de diagnosefase zullen de leerlingen ‘gebruikt’ worden als ervaringsdeskundigen of als bron van informatie. Bij de beschrijving van de uitdaging zijn zij vaak best geplaatst om de behoefte of het probleem scherp te stellen, door middel van bijvoorbeeld enquêtes of onderzoeken.


2. Onderzoeks-fase
Eens je weet wát je precies gaat aanpakken, kan de onderzoeksfase beginnen. Je gaat in de eerste plaats op zoek naar interne expertise, binnen het partnerschap, maar zeker ook naar externe expertise. Zo vorm je een expertisenetwerk.

2.1. Interne expertise
In de eerste fase verzamelen alle scholen informatie over hoe ze de uitdaging proberen aan te pakken. Die informatie delen met je partners kan enorm interessant zijn. Het uitwisselen van gegevens en ervaringen is immers de essentie van een Comeniusproject.
De partnerscholen moeten dus met elkaar werken en niet naast elkaar. Dat impliceert meteen dat iedereen tegelijkertijd met hetzelfde projectonderdeel bezig is en daarover zo veel mogelijk met elkaar communiceert. Nog meer dan in een ander projecttypes, is geregelde communicatie tussen de partnerscholen dan ook van cruciaal belang. Uiteraard zal ICT (e-mail, videoconferentie,...) daarin een voorname rol spelen.

2.2. Externe expertise
Vooraleer je met deze fase start, bekijk je best eens wat er rond jullie thema al bestaat. Je hoeft immers het warme water niet opnieuw uit te vinden.
Een school-georiënteerd project is trouwens een ideale gelegenheid om externe expertise binnen te halen. Je kunt er zelfs een stuk van de subsidie aan besteden. Die expertise hoeft niet uit de onderwijssfeer te komen, integendeel. Het is belangrijk om actief op zoek te gaan naar externe of geassocieerde partners voor je project. In sommige landen zullen meer organisaties rond een bepaald thema aan de slag zijn, dan in andere. Reden genoeg om die organisaties uit te nodigen tijdens een projectvergadering. Op die manier kunnen alle projectpartners van de expertise uit dat land genieten.

Wie bv. rond personeelsbeleid werkt, kan contacten leggen met de human resources afdelingen van bedrijven of met organisaties die trainingen bieden over teambuilding. Draait je project bv. rond duurzaamheid of milieubeleid op school, dan kunnen milieuorganisaties zeker een interessante insteek bieden. Hetzelfde geldt voor organisaties uit de culturele, de sociale en de sociaal-culturele wereld.


3. Ontwikkelingsfase
Die interne en externe expertise verzamel je niet zomaar. De bedoeling is dat je er methodieken, materialen of instrumenten mee ontwikkelt of opspoort om de uitdaging het hoofd te bieden.

Stel: je werkt rond communicatie binnen de school, dan zal je nieuwe technieken introduceren om de communicatie te verbeteren en instrumenten ontwikkelen om die technieken te beoordelen.


4. Implementatie- en experimenteringsfase
De materialen, methodieken of instrumenten die je ontwikkelde of opspoorde tijdens de ontwikkelingsfase worden tijdens de implementatiefase uitgetest en geëvalueerd.
In deze fase worden er veel ervaringen uitgewisseld tussen de partnerscholen. Er wordt vergeleken, geanalyseerd, bijgestuurd en naar een eindproduct toegewerkt. Dat eindproduct kan zowel materieel als immaterieel van aard zijn. Enkele voorbeelden van materiële eindproducten kunnen zijn: een handboek, een brochure, een website of didactisch materiaal. Het project kan echter ook resulteren in een immaterieel eindproduct, zoals een meer democratische besluitvorming op school, een sportende school, een andere aanpak binnen het management,...
Wat het ook is, materieel of immaterieel, het eindresultaat moet een duidelijke meerwaarde betekenen voor de partnerscholen.

Zoals eerder gezegd kunnen de leerlingen een belangrijke rol spelen in deze fase van het project. De materialen die ontwikkeld werden moeten immers uitgetest en geëvalueerd worden. De leerlingen zijn hier dan ook de proefkonijnen.

Stel: je werkt rond wiskunde in de lagere school. Een van de mogelijke instrumenten is dan een didactische map met een grote waaier aan wiskundeoefeningen.


5. Disseminatie / Valorisatie
Echt ideaal is het pas als je de resultaten van je project ter beschikking stelt van andere scholen en van het departement Onderwijs.

Disseminatie kan op verschillende manieren:

  • Je kan de project-website promoten of een folder of rapport door spelen aan wie er om vraagt.
  • Je kan ook een studiedag organiseren voor collega’s waarop je uitleg geeft over de methode die jullie ontwikkelden of het nieuwe didactische materiaal demonstreert. Bijzonder interessant voor wie met hetzelfde thema bezig is en bijzonder leuk voor wie aan het project meewerkte. Het vele internationale werk is op die manier niet alleen nuttig binnen de eigen school, maar ook voor collega’s van andere scholen en voor de mensen uit departement Onderwijs die met dat thema bezig zijn.

‘Valorisatie’ van je project is voor de subsidieverstrekkers een erg belangrijk element in het verloop van het project.



AANDACHTSPUNTEN

  • Voor een SOP geldt dat het proces even belangrijk is als het ‘product’ (materieel of immaterieel) dat gecreëerd wordt.
  • Een goede planning en timing zijn cruciaal.
  • Tijdens die verschillende fases kan je diverse methodieken gebruiken:
    o het vergelijken van cijfermateriaal
    o enquêtes, die gelijkaardig zijn in alle partnerscholen
    o gespreksgroepen al dan niet internationaal, bv. via videoconferencing
    o stellingen die moeten becommentarieerd worden
    o het opzoeken en aantrekken van externe expertise (bv. uit het bedrijfsleven)
    o videomontages met situatieschetsen
    o project meetings rond een bepaald deelthema
    o ...
    Zoek steeds de meest geschikte methodiek en probeer die in de mate van het mogelijke gelijklopend in elke partnerschool toe te passen. Dat maakt het vergelijken (= de kern van elk internationaal project) eenvoudig en boeiend.
  • De projectvergaderingen zijn en blijven het belangrijkste middel voor een goede communicatie in een SOP. Ze zijn zowat de hartslag van het project. Tijdens deze werksessies leggen de partners hun huiswerk aan elkaar voor, wordt alles besproken en vergeleken, wordt de planning bijgestuurd en wordt er geëvalueerd. Voorzie in het project (en budget) voldoende project meetings. Twee tot drie per schooljaar is zeker aan te raden.
  • Besteed ook de nodige tijd aan evaluatie. Niet alleen de projectactiviteiten moeten grondig geëvalueerd worden om tot een degelijk eindproduct te komen. Ook het project an sich moet beoordeeld worden. Daarvoor bestaan er verschillende instrumenten, zoals het MICE-evaluatiesysteem.